Verhalenverteller

maakt verhalen tot verrassende vertelvoorstellingen voor jong en oud
helpt met vertellen in onderwijs en organisatie

taal en lezen

  • Enkele impressies van voorstellingen in basisscholen.
    Goed voorbereid stapt de verteller de school binnen en gaat eerst ‘sfeer creëren’; een decor, of eigenlijk een rood velours met kersenrode dragers en gouden ballen bovenop.
       “Krijgen we circus?”
       “Nee joh, theater!”
       “Wat is dat?”
       “Gewoon, dat het lang duurt”.
    Mét een kleine geluidsinstallatie, want zonder inspanning vertellen is immers langer vol te houden, voor verteller én publiek.
       “Het is net als bij een DJ!”
       “Ja precies hetzelfde, maar dan met geen muziek.”

  • Raar, maar waar! Boeken over natuur, wetenschap en techniek. Is daar wel een spannend verhaal over te vertellen? Dat bleek wel. Verhalen over krokodillen en apen met discussie tussen vier kleuters: lusten krokodillen nu wél of geen bananen? Het sprookje over Josa die met zijn toverviool de maan laat groeien? ‘Wordt de maan daar echt groter van?’ Vleermuis die het eerste duister bracht. ‘Donker komt niet uit een mand, . . . of toch wel?’ Voor de groepen 7 en 8 de dondervogel, die op mensen joeg en met zijn enorme klapperende vleugels zorgde voor donder, bliksem en striemende regen. ‘Bestaat die dondervogel nog steeds?’ Zoek dat maar op!
    Mooie verhalen en een nieuwsgierig publiek, dat na de voorstelling ook nog zelf de boeken in moest. 
    Reactie: "Bedankt voor je prachtige verhalen. De kinderen en mijn collega’s hebben er van genoten. Ik heb alleen maar positieve reacties gehad."

  • In groepen 3 en 4 zijn schilderingen gemaakt op basis van bestaande sprookjes. Scenes werden verdeeld en door afzonderlijke leerlingen uitgebeeld. Door de bekendheid van het sprookje, lukte het de leerlingen, zelf teksten te bedenken én te schrijven, die, samengevoegd met de beelden het hele verhaal weergaven. Ieder presenteerde nog eens zijn stuk van het verhaal.
    Voorafgaand werd een verhaal verteld en gepraat over verhalen en sprookjes, werd geoefend met verhaallijn en personages. Na de creatieve verwerking op paper volgden vertelaanwijzingen.
    Het resultaat was een eigen verhaal in beeld en tekst, dat bij de één als prentenboek, bij de ander als wandschildering werd bewaard en als basis diende voor een goede vertelling, voor de eigen en andere groepen van school.

  • Als leermiddel bij begrijpend lezen en luisteren. Voor de groepen 1-2 is in veel scholen de verteltafel een begrip. Een recent uitgevoerd project in een aantal basisscholen laat zien dat ook in groepen 3, 4 en hoger de verteltafel een aanvulling kan zijn. Een spannende vertelling doet een beroep op begrijpend luisteren, de verbeeldingskracht, de concentratie. Tijdens het ‘bouwen’ van de verteltafel zijn personages, plaats (geografisch, ruimtelijke oriëntatie, logistieke kwesties), tijd (dag-nacht, tijd van het jaar, historische tijd) en sfeer de belangrijke items. In een later stadium zijn dat verhaalopbouw, herkenning (vergelijkbare verhalen), uitbreiding, vertellen, nieuwe verhalen bedenken, uitspelen en opschrijven. Mondelinge communicatie, een goede spreekvaardigheid in overleg en vertellingen worden voortdurend geoefend.

  • Werken aan begrip en inzicht van verhaaltjessommen door het basisprobleem, begrijpend lezen, aan te pakken. In drie lesdagen is er volledig gefocust op het verhaal in al zijn facetten. Elke lesdag werd gestart met een spannende vertelling, van waaruit de activiteiten startten. Er was ruim aandacht voor de betekenis van de verhalen, de verhaalelementen als de vijf w’s en de verhaalstructuur zoals de opbouw van het verhaal m.b.v. de verhalenketting. Vandaaruit is de stap gemaakt naar de verhaaltjessommen, waarbij gezocht werd naar het verhaal in de som, de som werd verbeeld in spel, tekening en tekst. Via improvisatie in vertelspel, herkennen van het verhaal in ‘alle activiteiten van de dag’, en het zoeken van verhaallijnen daarin, werd het verhaalinzicht vergroot en de ‘vraag’ in de som meer herkenbaar.
    Leerkracht: Ik moet zeggen dat ik de ervaringen van je workshops al veel gebruikt heb. Ook de 5 w’s worden regelmatig gebruikt. Met de werkbladen. Ook de toetsen met verhaaltjessommen gingen veel beter.

  • Verhalen uit de jungle over slimme vossen en sluwe tijgers waren de start van een bijna twee uur durende workshop voor een bovenbouwgroep van het speciaal onderwijs. Met de hulp van werkkaarten waarop in stappen de vijf verhalenW's aan de orde kwamen, en een verhaalopbouw van beginsituatie tot eindbeeld, gingen de leerlingen, eerst in groepjes en daarna individueel, aan de slag met een eigen jungleverhaal. En het lukte ze om een verhaallijn te maken, soms met een zeer verrassende ontknoping. En het lukte om alvast het begin van het verhaal te vertellen. De woorden uit het woordenschatpakket bij het thema, kwamen tussendoor nog aan de orde, in de vorm van een spelletje. 

  • In groep 3 van basisschool Merwijck werd de strijd aangegaan met spelling van tweeklanken. Na een start met een verhaal, waarin nadrukkelijk aandacht was voor deze tweeklanken, gingen de leerlingen zelf verhalen maken, waarbij volop ei's, ij's, eu's en oe's werden gebruikt. Ze overlegden, tekenden, schreven en konden tenslotte, trots, hun verhalen vertellen aan de hand van eigen vertelplaten. Een mooie opzet waarvoor wat meer tijd nodig was, dan begroot. Leer voor de volgende keer.

  • Gericht naar een verhaal luisteren en ontdekken dat een verhaal leuk en spannend kan zijn, dat je mee kunt leven en mee kunt beleven, en het verhaal in één keer begrijpt, omdat je het nu eens niet zelf hoeft te lezen, is wellicht toch een aardige stimulans om zelf ook eens een boek te pakken. Het hoeft niet dik en moeilijk te zijn. Er zijn zoveel boeken.