Verhalenverteller

maakt verhalen tot verrassende vertelvoorstellingen voor jong en oud
helpt met vertellen in onderwijs en organisatie

cultuureducatie

  • Enkele impressies van voorstellingen in basisscholen.

    Goed voorbereid stapt de verteller de school binnen en gaat eerst ‘sfeer creëren’; een decor, of eigenlijk een rood velours met kersenrode dragers en gouden ballen bovenop.
    “Krijgen we circus?”
    “Nee joh, theater!”
    “Wat is dat?”
    “Gewoon, dat het lang duurt”.
    Mét een kleine geluidsinstallatie, want zonder inspanning vertellen is immers langer vol te houden, voor verteller én publiek.
    “Het is net als bij een DJ!”
    “Ja precies hetzelfde, maar dan met geen muziek.”

    De groepen varieerden dit jaar van 13 tot 130 leerlingen per keer, de locaties van klaslokaal tot aula, van theaterzaaltje tot gymruimte. Overal was door attente leerkrachten e.a. gezorgd voor rust en genoeg zitplaatsen.
    En nagenoeg overal, was de aandacht optimaal, zaten de luisteraars allemaal op het puntje van de stoel, bank of mat. Vol verwachting van wat er komen zou. Dat alleen maakt een voorstelling al een feestje.
    Voor onder-, midden- en bovenbouw was het verhalenaanbod verschillend, maar wel allemaal rond het thema ‘vriendjes’, ‘kom erbij’, het motto van de kinderboekenweek van 2018. De verwondering dat al die verhalen verteld worden zonder boek in de hand blijft groot. Ook bij leerkrachten.

    Uit met de klas. Met een kleine entourage van doeken en geluid wanen kinderen zich in een echt theater. Ze zijn even ‘uit’, gewoon op school. Voor veel kinderen is dat uitgaan niet vanzelfsprekend. Een mooi moment om je even in een ‘theatertje’ te wanen.
    Spannend! Spanning die ook wordt ingelost. Wat gaat er gebeuren? Voor de kleuters is het belangrijk te weten wat er achter dat doek zit. Dan pas is er de rust om te luisteren. Voor de oudere leerlingen maken geluidseffecten de verhalen extra spannend. Maar ook de verhalen zelf moeten boeiend genoeg zijn om de aandacht vast te houden. Kinderen zijn een eerlijk publiek: als er ‘niks aan’ is, is de belangstelling weg.
    Beelden vormen van wat er wordt verteld, de vertelde wereld vorm geven in de eigen fantasie, is vaak niet eens de grootste uitdaging. Dat lijkt de meeste kinderen heel goed te lukken. “Ik kon het helemaal voor me zien,” of: “Het was net een film,” zijn gelukkig opmerkingen die veel langs komen.
    Meeleven, zich verplaatsen in de personages van het verhaal en even mee gaan in avonturen en uitdagingen. “Het voelde of ik zelf op die hoge rots stond. Best eng.” Angst herkennen, opluchting en trots voelen en voldaan en tevreden de eigen bevindingen delen met vriendjes en klasgenoten.
    Luistervaardigheid oefenen wordt door veel leerkrachten genoemd als bijkomend voordeel. “Een half uur stilzitten is wel lang. Dat doen ze bijna nooit meer.” Een mooie gelegenheid om dat weer eens te ‘trainen’ dan. Het leek achteraf best mee te vallen.
    Fantasielaten werken, mee vertellen, kinderen maken je verhaal af of anders waar je bij staat. “Nou nog een keer vertellen en dan gaat Aap de Krokodil redden.” (Aap heeft net Beer gered).
    De kleuters nemen het ook serieus. Nadat een knuffelkrokodil weer terug gaat in de rugzak: “Gaat hij straks weer leven? Als je het verhaal weer vertelt?”
    En over een aap die bij een kleuter op schoot het verhaal mee mag luisteren: “Hij wil niet stilzitten. Daar moet ik wel ook wel een beetje van wiebelen.”
    ‘Begrijpend luisteren’ was ook een terugkomend begrip. Geen tijd om terug te bladeren, geen gelegenheid om vragen te stellen. Reacties zijn er wel, maar toch meestal van een andere aard. Opmerkingen, lachen, een toevoeging, een aanvulling. Natuurlijk probeert de verteller zoveel mogelijk snoetjes in de gaten te houden om bij heftig onbegrip iets toe te lichten of uit te leggen, maar het is toch handig zo te vertellen dat het verhaal begrepen wordt zoals het wordt verteld.
    Ook voor kinderen die de (Nederlandse) taal nog niet helemaal machtig zijn is luisteren naar een verteller een mooie manier om kennis te maken met een verhaal. Lichaamstaal en mimiek zijn een belangrijke ondersteuning voor de beelden in een verhaal.
    Boeken ontdekken. Aan het eind van de verhalen nog een hint naar boeken over het thema ‘’Vriendschap’ met als motto ‘Kom erbij’, mag niet vergeten worden in de kinderboekenweek. Wanneer bij het ‘leeglopen van de zaal’, gevraagd wordt of je nog een keer komt, en gezegd dat ze het spannend vonden, weet je dat iets zinnigs hebt bijgedragen.

    Verhalen inspireren het onderwijs echt het hele jaar door, ook al is de kinderboekenweek een mooie gelegeheid, een verhalenverteller in de school zou gewoner kunnen zijn. Er zijn zoveel goede vertellers, de keus is groot genoeg.

    "Het was erg leuk gisteren. De kinderen (en wij ook) hebben genoten van de verhalen. Ik hoor ook van de hogere groepen heel positieve reacties!!! Nogmaals bedankt!" Juf Miriam

    "De vertellingen waren erg leuk! Ik was bij de jongste kinderen aanwezig,
    maar ook van mijn collega’s en de kinderen heb ik enthousiaste verhalen gehoord!  Dank je wel!" 
    Juf Claudia

    "In de bijlage alvast wat foto's van vandaag van het vertellen aan de middenbouw. De laatste foto is van een aantal tekeningen die de kinderen in een klas na afloop hebben gemaakt. Van mijn collega's hoorde ik enthousiaste reacties." Juf Heleen

     

  • In groepen 3 en 4 zijn schilderingen gemaakt op basis van bestaande sprookjes. Scenes werden verdeeld en door afzonderlijke leerlingen uitgebeeld. Door de bekendheid van het sprookje, lukte het de leerlingen, zelf teksten te bedenken én te schrijven, die, samengevoegd met de beelden het hele verhaal weergaven. Ieder presenteerde nog eens zijn stuk van het verhaal.
    Voorafgaand werd een verhaal verteld en gepraat over verhalen en sprookjes, werd geoefend met verhaallijn en personages. Na de creatieve verwerking op paper volgden vertelaanwijzingen.
    Het resultaat was een eigen verhaal in beeld en tekst, dat bij de één als prentenboek, bij de ander als wandschildering werd bewaard en als basis diende voor een goede vertelling, voor de eigen en andere groepen van school.

  • Als leermiddel bij begrijpend lezen en luisteren. Voor de groepen 1-2 is in veel scholen de verteltafel een begrip. Een recent uitgevoerd project in een aantal basisscholen laat zien dat ook in groepen 3, 4 en hoger de verteltafel een aanvulling kan zijn. Een spannende vertelling doet een beroep op begrijpend luisteren, de verbeeldingskracht, de concentratie. Tijdens het ‘bouwen’ van de verteltafel zijn personages, plaats (geografisch, ruimtelijke oriëntatie, logistieke kwesties), tijd (dag-nacht, tijd van het jaar, historische tijd) en sfeer de belangrijke items. In een later stadium zijn dat verhaalopbouw, herkenning (vergelijkbare verhalen), uitbreiding, vertellen, nieuwe verhalen bedenken, uitspelen en opschrijven. Mondelinge communicatie, een goede spreekvaardigheid in overleg en vertellingen worden voortdurend geoefend.

  • Een project ‘verhalen vertellen’ en ‘verhalen maken’ voor een hele school bleek heel goed te werken. Alle leerlingen gingen aan de slag met verhalen en alle leerlingen vertelden ook verhalen, iedere groep, iedere leerling, op zijn eigen manier. Er zijn ook genoeg mogelijkheden om met vertellen aan de slag te gaan, zodat een grote variëteit gegarandeerd is. Vertellen kan op duizend- en- één- wijze.
    Elke groep luisterde eerst naar een spannend verhaal en vanuit die vertelling werd het eigen verhalenpad belopen. Kleutergroepen waren interactief met luisteren, samen vertellen, geluiden en muziek maken met verschillende instrumenten, zingen en bewegen. Groepen drie schilderden samen een sprookje op grote vertelplaten en voorzagen die van eigen tekst, waarna elke leerling een stukje vertelde. Leerlingen uit groep vier maakten fantasieverhalen, de groepen vijf en zes onderzochten de grens tussen realisme en verbeelding. De groepen zeven bliezen voorwerpen nieuw leven vanuit een enorme creativiteit aan ideeën en de leerlingen van de groepen acht vertelden over objecten van neutrale beschrijvingen via nut en gebruikswaarde tot persoonlijke verhalen toe.

    In vijf clusters van steeds drie verschillende groepen presenteerden de leerlingen de verhalen aan elkaar en aan de leerkrachten. Een mooi eerste kennismaking met heel veel verschillende verhalen én manieren van vertellen.